 |
 |
De Vlaamse Gemeenschap voert in Brussel een beleid waarbij zij een onmisbare actor en partner wil zijn met betrekking tot alle gemeenschapsbevoegdheden. Daarnaast wil de Vlaamse Gemeenschap ook een belangenbehartiger zijn van de Nederlandstalige bevolkingsgroep op taalgebonden terreinen die niet tot haar bevoegdheid behoren. De Vlaamse Gemeenschap wil tevens uitdrukkelijk promotor zijn van een intercultureel Brussel, waarbij het heersende monoculturele denken als een achterhaalde visie wordt beschouwd.
Het engagement dat de Vlaamse Gemeenschap neemt ten overstaan van de Brusselse bevolking is immers specifiek van aard. Net zoals dat in de rest van Vlaanderen het geval is, sluit de Vlaamse Gemeenschap ook voor haar hoofdstedelijk beleid geen enkele bevolkingsgroep uit. In principe behoren dus alle Brusselaars tot de potentiële doelgroep van het 'interne' Vlaamse Brusselbeleid. Tot de effectieve doelgroep van beleidsmaatregelen behoren in elk geval alle Nederlandstaligen, de nieuwe en oude Brusselse Vlamingen dus. Maar initiatieven op het vlak van onderwijs, cultuur, jeugd, sport en welzijn die theoretisch gezien de gehele Brusselse bevolking kunnen bereiken, moeten ten minste gelden voor 300.000 inwoners, zowat één derde van de bevolking. Dat is de zogenaamde Brusselnorm die op voorstel van Vlaams minister voor Brussel Bert Anciaux door de Vlaamse Regering werd aanvaard.
Het Vlaamse Brusselbeleid wil vanzelfsprekend ook de Vlamingen die buiten Brussel wonen, aanspreken. De Vlaamse Gemeenschap vindt hun positieve emotionele verbondenheid met de hoofdstad en met de doelgroep van het interne Brusselbeleid van zeer groot belang. Ook hier neemt het Nederlands een uiterst belangrijke positie in. Anderzijds moet ook voor de traditionele en nieuwe Vlaamse Brusselaars, Vlaanderen een preferente plaats innemen.
|